Introductie





 

Servicepunt
Bos en Lommerplein 250
1055 EK Amsterdam
ma t/m vr: 8.30 - 17.00 uur 


Postadres
Postbus 90122
1006 BC Amsterdam






Parkeren is het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot:

  • het onmiddellijk in- en uitstappen van passagiers, of
  • het onmiddellijk laden en lossen van goederen.

 Een bestuurder mag een voertuig parkeren:

  • op parkeerplaatsen, -havens en -stroken die daarvoor zijn aangelegd;
  • als er geen parkeerplaatsen, -havens en -stroken aanwezig zijn, aan de linker- en rechterzijde van de rijbaan, alleen als dit daar is toegestaan;
  • op een parkeergelegenheid indien het voertuig behoort tot de op het verkeersbord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen;
  • op de wijze dat op het verkeersbord of op het onderbord is aangegeven;
  • op dagen of uren waarop dit volgens het onderbord is toegestaan.
  • op een parkeergelegenheid aangegeven met het verkeersbord E6 (gehandicaptenparkeerplaats), alleen met een geldige Gehandicapten Parkeerkaart;
  • op een parkeergelegenheid aangegeven met het verkeersbord E9 (vergunninghouders), alleen met een geldige (belanghebbenden-)vergunning die gekoppeld is aan die plaats. Dergelijke plaatsen zijn doorgaans alleen toegekend aan huisartsen en verloskundigen, politie en ten behoeve van autodate.

Een bestuurder mag een voertuig niet parkeren:

  • op minder dan vijf meter van een kruispunt;
  • voor een inrit of een uitrit;
  • indien het voertuig niet behoort tot de op het verkeersbord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen;
  • op een andere wijze dan op het verkeersbord of op het onderbord is aangegeven;
  • op dagen of uren waarop dit volgens het onderbord is verboden;
  • langs een gele onderbroken streep;
  • op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen (bord E7);
  • op een parkeerplaats voor huisartsen en verloskundigen, autodate en politie, aangeduid door verkeersbord E9, indien voor het voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend;
  • op trottoirs en fietspaden.

Een bestuurder mag een voertuig niet dubbel parkeren. Voor en op in- en uitritten mag ook niet geparkeerd worden.